Denkfout · Meten · omtrek-oppervlakte-verwisseld
Omtrek en oppervlakte verwisseld
Het kind rekent de omtrek uit als om de oppervlakte wordt gevraagd, of andersom.
Hint voor het kind
Omtrek is de lijn eromheen (optellen). Oppervlakte is wat erbinnen zit (lengte keer breedte).
Uitleg
Loop je om het veld heen, dan meet je de omtrek: alle zijden bij elkaar. Leg je tegels in het veld, dan tel je de oppervlakte: lengte × breedte.
Komt voor bij
Voorbeelden
Om een tuin van 11 bij 8 meter komt een hek. Hoeveel meter hek is dat?
omtrek van 11 bij 8 = 38 · fout antwoord 88
Hint: Dat is de oppervlakte: wat erbinnen zit. Een hek staat eromheen, dus tel de zijden op.
Bij de vallei ligt een vlot van 11 meter lang en 4 meter breed. Hoeveel vierkante meter is dat?
11 × 4 = ? m² = 44 · fout antwoord 30
Hint: Dat is de omtrek: de lijn eromheen. Oppervlakte is wat erbinnen zit: lengte × breedte.
Bij de vallei ligt een vlot van 11 meter lang en 4 meter breed. Hoeveel vierkante meter is dat?
11 × 4 = ? m² = 44 · fout antwoord 88
Hint: Bij oppervlakte hoef je niet te verdubbelen. Dat doe je alleen bij de omtrek.
Om een veld van 5 bij 4 meter komt een hek. Hoeveel meter hek is dat?
omtrek van 5 bij 4 = 18 · fout antwoord 20
Hint: Dat is de oppervlakte: wat erbinnen zit. Een hek staat eromheen, dus tel de zijden op.
Om een veld van 7 bij 4 meter komt een hek. Hoeveel meter hek is dat?
omtrek van 7 bij 4 = 22 · fout antwoord 28
Hint: Dat is de oppervlakte: wat erbinnen zit. Een hek staat eromheen, dus tel de zijden op.