Even iets anders
Weg van het scherm
Rekenen doe je ook met je handen, buiten, in de keuken. Kies een missie of een opdracht bij een onderwerp. Je ouders kunnen een missie afvinken op hun pagina.
Buiten-missies
Voor iedereen
Rondje om het huis
Loop een rondje om je huis of om het blok en tel je stappen. Deel het aantal door 2. Zoveel stappen is het halve rondje.
Alle tafels door elkaar
Tafelsprong
Kies een tafel die je lastig vindt. Ga naar buiten en spring bij elke stap: 7, 14, 21... tot je bij 10 keer bent. Lukt het zonder te struikelen?
Alle tafels door elkaar · 🦖 Dino's en fossielen
Dinostappen
Zet 6 grote dinostappen. Doe dat 4 keer. Tel hardop als een tafel: 6, 12, 18, 24. Hoeveel stappen heb je gezet?
Alle tafels door elkaar · ⚽ Voetbal
Schieten op doel
Schiet 10 keer op een doel (of tegen een muur). Elke goal is 6 punten. Hoeveel punten heb je? Dat is een keersom!
Alle tafels door elkaar · 🐾 Dieren verzorgen
Poten tellen
Zoek buiten 5 dieren: vogels, insecten, honden, wat je maar ziet. Hoeveel poten heeft elk dier? Reken uit hoeveel poten dat samen is.
Alle tafels door elkaar · 🚀 Ruimte
Naar de maan
Kies een stoeptegel als "de maan". Loop er in precies 9 stappen naartoe. Doe dat 3 keer. Hoeveel stappen ben je in totaal naar de maan gelopen?
Keersommen met grote getallen
Tegels in rijen
Zoek een stoep met tegels. Tel hoeveel tegels er in één rij liggen tot de hoek. Stel je voor dat er 10 van die rijen zijn. Hoeveel tegels zijn dat?
Keersommen met grote getallen
Stappen splitsen
Loop 23 stappen. Doe dat 4 keer. Reken het uit door te splitsen: 4 × 20 en 4 × 3. Klopt het met wat je geteld hebt?
Langer, zwaarder, meer?
Langste sok wint
Zoek vier sokken in huis. Leg ze naast elkaar met de bovenkant gelijk. Welke is de langste en welke de kortste? Leg ze op een rij van kort naar lang.
Vormen herkennen
Vormenjacht in huis
Loop door een kamer en zoek een rondje, een vierkant en een driehoek. Zeg hardop wat je vindt. Lukt het om van elke vorm twee dingen te vinden?
Vormen herkennen
Vormen van stokjes
Leg met lepels of stokjes een vierkant, een driehoek en een rechthoek op de vloer. Tel bij elke vorm de zijden. Zeg de naam er hardop bij.
Tellen tot 12
Tel tot twaalf stappen
Zet twaalf stappen door de tuin of gang en tel hardop mee. Tel daarna terug van 12 naar 1 terwijl je teruglopt. Doe het nog eens sneller.
Tellen tot 12
Twaalf dingen op een rij
Zoek twaalf kleine dingen, zoals blokjes of knopen. Leg ze op een rij en tel hardop tot 12. Haal er dan een weg en tel opnieuw.
Hoeveel zie je? Tot 12
Snelle blik op blokjes
Gooi een handvol blokjes op de vloer. Kijk heel kort en zeg hoeveel je denkt dat het zijn. Tel daarna na. Zat je er dichtbij?
Hoeveel zie je? Tot 12
Sokken in groepjes
Leg tien sokken in groepjes van twee. Kijk zonder te tellen: hoeveel groepjes zie je? Zeg hoeveel sokken het samen zijn.
Meten met de liniaal
Meet je speelgoed
Zoek drie kleine dingen op tafel. Meet ze met een liniaal of meetlint in centimeters. Schrijf op welke het langst is.
Meten met de liniaal
Hoe lang is je voet?
Meet met een meetlint je voet in centimeters. Meet daarna je hand en je onderarm. Welke is het langst en hoeveel centimeter scheelt het?
Patronen doorzetten
Stoeptegel-patroon lopen
Loop op de stoep bij je huis een patroon: stap, sprong, stap, sprong. Zet het tien keer door zonder fouten. Verzin daarna een nieuw patroon.
Patronen doorzetten
Lepel, sok, lepel
Leg een rij van lepel, sok, lepel, sok op de vloer. Zet het patroon door tot je acht dingen hebt. Wat komt er daarna? Leg het erbij.
Tellen tot 20
Twintig stappen tellen
Loop in de tuin of gang en tel hardop je stappen tot 20. Tel daarna terug van 20 naar 1 terwijl je terugloopt.
Tellen tot 20
Sokken tot twintig
Zoek 20 kleine spullen in huis, zoals sokken of lepels. Leg ze op een rij en tel ze hardop van 1 tot 20 en weer terug.
Klokkijken: hele uren
Uur op de klok
Zoek een klok in huis. Wacht tot de grote wijzer op de 12 staat en schrijf op welk heel uur het is. Doe dit nog een keer een uur later.
Klokkijken: hele uren
Klokken zoeken
Loop door je huis en zoek alle klokken, ook op de oven of magnetron. Kies drie hele uren van vandaag en teken bij elk uur de wijzers na.
Spiegelen
Spiegel van blokjes
Leg een lepel als spiegellijn op tafel. Bouw links een rijtje van blokjes en leg rechts precies het spiegelbeeld ernaast.
Spiegelen
Symmetrie in de tuin
Zoek buiten vijf dingen die links en rechts hetzelfde zijn, zoals een blad of een tegel. Teken er één na met de spiegellijn erbij.
Plattegrond lezen
Plattegrond van je kamer
Teken je kamer van bovenaf op papier: bed, kast en deur. Loop daarna je route van de deur naar je bed en teken die met een pijl.
Plattegrond lezen
Schat op de kaart
Teken een kleine plattegrond van je tuin of gang. Verstop een sok en zet een kruisje op de plek. Loop de route na en tel je stappen.
Klokkijken: halve uren
Half uur wachten
Kijk op de klok en onthoud de tijd. Speel met een bal tot de grote wijzer op de 6 staat. Zeg hardop hoe laat het nu is.
Klokkijken: halve uren
Halve uren tekenen
Teken drie ronde klokken op papier. Zet de wijzers op half 2, half 5 en half 8. Kijk daarna of de echte klok al bij een half uur is.
Tien en nog wat
Tien en een rest
Pak een handvol blokjes of knopen. Leg er eerst tien op een rij en tel wat er overblijft. Zeg hardop: tien en nog zoveel is samen zoveel.
Tien en nog wat
Tegels van tien
Tel bij je huis stoeptegels in groepjes van tien. Zet na elke tien een steentje neer. Tel aan het eind: hoeveel tienen en hoeveel rest?
Splitsen tot 5
Sokken in twee stapels
Pak 5 sokken uit de kast. Leg ze steeds anders in twee stapels op je bed. Zeg hardop: 4 en 1, 3 en 2. Hoeveel manieren vind je?
Splitsen tot 5
Steentjes in twee handen
Zoek 5 kleine steentjes in de tuin. Verstop er een paar in je linkerhand en de rest in je rechterhand. Zeg elke keer welk splitsing je maakte.
Geld tot 20 euro
Winkeltje op de stoep
Leg 5 dingen uit huis op een kleed en schrijf er prijzen bij tot 20 euro. Reken uit wat twee dingen samen kosten.
Geld tot 20 euro
Munten sorteren
Pak de spaarpot en sorteer de munten op soort. Tel per soort hoeveel euro het is. Kom je aan 20 euro?
Splitsen tot 10
Tien lepels verdelen
Leg 10 lepels op tafel. Verdeel ze steeds anders over twee borden. Schrijf of zeg elke splitsing van 10 hardop.
Splitsen tot 10
Blokjes onder de doek
Neem 10 blokjes en leg een theedoek over een deel. Tel wat je ziet en raad hoeveel eronder ligt. Kijk daarna of het klopt.
Plus tot 10
Stoeptegels optellen
Spring 4 stoeptegels vooruit en daarna nog 3. Zeg de som hardop en tel hoeveel tegels je in totaal deed. Doe dit drie keer anders.
Plus tot 10
Twee handen vol
Pak in elke hand een paar knopen of blokjes, samen niet meer dan 10. Tel eerst apart, dan samen. Zeg de plussom hardop.
Min tot 10
Ballen weghalen
Leg 9 sokken op een rij. Gooi er een paar in de wasmand en tel hoeveel er nog liggen. Zeg de minsom hardop.
Min tot 10
Trap aftellen
Tel 10 traptreden. Loop er een paar op en zeg hoeveel treden er nog over zijn. Maak er elke keer een minsom van.
Sommen die bij elkaar horen
Som omdraaien
Leg 7 blokjes neer en haal er 3 weg. Zeg: 7 min 3 is 4. Leg ze terug en zeg: 4 plus 3 is 7. Doe dit met drie andere getallen.
Sommen die bij elkaar horen
Familie van vier sommen
Kies twee stapels lepels, bijvoorbeeld 5 en 3. Maak er hardop vier sommen bij: twee plussommen en twee minsommen.
Plus en min tot 10
Sokken erbij en eraf
Leg 10 sokken op je bed. Haal er 3 weg en tel wat er over is. Leg er weer 2 bij en zeg de nieuwe som hardop.
Plus en min tot 10
Springen tot tien
Spring 6 keer op de stoeptegels. Hoeveel sprongen moet je er nog bij doen om op 10 te komen? Doe het en tel mee.
Plus tot 20
Blokjes bouwen tot 20
Maak twee torens: een van 12 blokjes en een van 5. Reken uit hoeveel blokjes je in totaal gebruikt. Tel daarna na of het klopt.
Plus tot 20
Lepels en vorken
Pak 11 lepels en 7 vorken uit de lade. Reken uit hoeveel het samen zijn. Leg ze op tafel en tel na.
Getallen tot 100
Tot honderd tellen
Loop door je huis en tel hardop van 1 tot 100 in stapjes van tien. Zoek daarna 3 dingen waarvan je meer dan 50 hebt, zoals blokjes.
Getallen tot 100
Tegels tellen buiten
Tel de stoeptegels bij je huis, tot maximaal 100. Zeg bij elke tien hardop het tiental. Welk getal was je laatste?
Tabel lezen
Tabel van je huis
Maak een tabel met kamers en het aantal stoelen per kamer. Lees daarna je tabel: in welke kamer staan de meeste stoelen?
Tabel lezen
Weektabel van sokken
Schrijf de dagen van de week op met achter elke dag een getal: hoeveel keer je die dag buiten was. Lees af op welke dag het meest was.
Puzzelen zonder recept
Hoeveel stappen breed
Bedenk zelf hoe je de tuin of kamer kunt opmeten zonder meetlint. Probeer je plan en zeg hoeveel stappen breed het is.
Puzzelen zonder recept
Eerlijk verdelen
Pak 13 blokjes en verdeel ze eerlijk over 4 bordjes. Bedenk zelf wat je doet met wat overblijft en leg je keuze hardop uit.
Patronen in getallen
Sprongen van drie
Leg blokjes in rijtjes: 3, 6, 9, 12. Bedenk de regel en leg de volgende drie getallen erbij met blokjes.
Patronen in getallen
Klok patroon zoeken
Kijk naar de klok en noteer 5 keer een getal met stapjes van 5 minuten. Welke regel zie je? Zeg de volgende twee getallen.
Kubus, bol en piramide
Vormenjacht in huis
Loop door je huis en zoek voorwerpen die lijken op een kubus, een bol of een piramide. Tel hoeveel je van elke vorm vindt. Welke vorm zag je het vaakst?
Kubus, bol en piramide
Bouw een vormenrij
Zet buiten of in de tuin drie voorwerpen op een rij: iets als een kubus, iets als een bol en iets als een piramide. Zeg bij elk hardop de naam en tel de hoeken.
Spiegelen en draaien
Spiegel met sokken
Leg een touwtje of lepel als spiegellijn op de grond. Leg links een figuur van sokken en maak rechts precies het spiegelbeeld. Tel of beide kanten evenveel sokken hebben.
Spiegelen en draaien
Draai de tegel
Leg op een stoeptegel bij je huis een figuur van blokjes of takjes. Draai er een kwartslag omheen en kijk hoe het verandert. Teken in je hoofd hoe het na een halve draai staat.
Klokkijken: kwartieren
Kwartiertjes buiten
Kijk op de klok en onthoud de tijd. Speel precies een kwartier buiten met een bal. Kijk daarna weer: klopt het dat de wijzer een kwart rond is?
Klokkijken: kwartieren
Vier kwartierkaartjes
Zoek vier kleine papiertjes of blaadjes en leg ze in een kring als een klok. Noem bij elk een kwartiertijd, zoals half drie en kwart voor drie. Zeg ook de digitale tijd.
Klokkijken: minuten
Vijf minuten stil
Kijk op de klok en tel hoeveel rondjes je in vijf minuten om de tuin of het huis loopt. Noteer de starttijd en de eindtijd in minuten.
Klokkijken: minuten
Minutenwedstrijd
Kijk op de klok en tel hoeveel keer je in twee minuten een bal opgooit. Reken uit hoeveel dat er in vier minuten zouden zijn.
Geld tot 100 euro
Winkeltje thuis
Geef vijf voorwerpen in huis een prijs tussen 5 en 40 euro. Kies er twee, tel de prijzen op en reken uit wat je terugkrijgt van 100 euro.
Geld tot 100 euro
Slim betalen
Bedenk een bedrag, bijvoorbeeld 68 euro. Schrijf met briefjes van 50, 20, 10 en 5 op hoe je dat betaalt. Zoek daarna een tweede manier.
Centimeter en meter
Meet je tuinpad
Meet met een meetlint de lengte van je tuinpad of gang in centimeters. Reken het om naar meters en centimeters. Schat eerst en kijk hoe dicht je zat.
Centimeter en meter
Stappen van een meter
Meet met een meetlint hoe lang jouw grootste stap is in centimeters. Zet stappen tot je bij 1 meter bent. Hoeveel stappen heb je nodig voor 5 meter?
De kalender
Kalender in huis
Zoek een kalender in huis. Tel hoeveel dagen deze maand heeft. Schrijf op welke dag vandaag is en welke dag het over een week is.
Buurgetallen
Buren van de tegel
Tel stoeptegels bij je huis en kies er een. Zeg hardop het getal ervoor en het getal erna. Doe dit bij drie verschillende tegels.
Buurgetallen
Sokkenburen zoeken
Leg tien sokken op een rij en geef ze nummers vanaf 41. Wijs een sok aan en noem zijn buurgetallen. Doe dit vijf keer.
Tussen welke tientallen?
Lepels tussen tientallen
Pak een handvol lepels en tel ze. Zeg tussen welke twee tientallen jouw getal ligt. Herhaal het met vorken of blokjes.
Tussen welke tientallen?
Meetlint tientallen
Meet drie dingen in huis met een meetlint. Zeg bij elke lengte tussen welke twee tientallen die ligt, bijvoorbeeld 34 ligt tussen 30 en 40.
Sprongen van tien
Tien stappen sprong
Loop in de tuin of op de stoep en tel hardop met sprongen van tien: 10, 20, 30. Ga door tot 100 en tel daarna terug naar 0.
Sprongen van tien
Blokjes van tien
Maak stapeltjes van tien blokjes. Tel met sprongen van tien hoeveel je er hebt. Voeg een stapel toe en zeg meteen het nieuwe getal.
Tientallen en eenheden
Tellen met tienbundels
Pak een grote hoop lepels of blokjes. Maak groepjes van tien en tel wat overblijft. Zeg: ik heb zoveel tientallen en zoveel eenheden.
Tientallen en eenheden
Getal uit de kast
Zoek een getal onder 100 op een verpakking in huis. Zeg hoeveel tientallen en hoeveel eenheden erin zitten. Doe dit bij drie getallen.
Aanvullen tot tien
Bal naar tien
Gooi een bal tegen een muur en tel je vangsten. Stop bij een getal en zeg hoeveel je er nog nodig hebt om tien te halen.
Aanvullen tot tien
Sokken aanvullen
Leg een paar sokken op de grond en tel ze. Bedenk hoeveel er nog bij moeten voor tien sokken. Leg ze erbij en controleer door te tellen.
Plus over de tien
Sokken over de tien
Leg 8 sokken op een stapel. Doe er 5 bij en tel eerst tot 10, dan verder. Doe dit nog met 9 en 4 en zeg de uitkomst hardop.
Plus over de tien
Stoeptegels tellen
Loop 7 stoeptegels bij je huis. Loop er 6 verder. Hoeveel tegels in totaal? Kijk of je klopt door alles nog eens te tellen.
Min over de tien
Blokjes weghalen
Zet 15 blokjes op een rij. Haal er 8 weg: ga eerst naar 10, dan verder terug. Hoeveel blijven er over? Tel na.
Min over de tien
Lepels eraf
Leg 13 lepels neer. Leg er 6 terug in de la. Hoeveel liggen er nog? Bedenk daarna zelf zo'n minsom met 17.
Plus en min tot 20
Bal stuiter plus min
Stuiter de bal 9 keer, dan 4 keer erbij. Hoeveel is dat? Stuiter nu 5 keer minder. Zeg elke uitkomst hardop.
Plus en min tot 20
Sprongen in de tuin
Maak 6 sprongen, dan 7 erbij. Tel hoeveel sprongen samen. Doe er nu 9 af en noem het antwoord.
Tientallen erbij
Tientallen sokken
Maak stapeltjes van 10 sokken of blokjes. Leg 3 stapeltjes neer en zeg 30. Doe er 2 stapeltjes bij: hoeveel nu?
Tientallen erbij
Tientallen op straat
Loop 20 stappen op de stoep bij je huis. Loop er 30 bij. Hoeveel stappen samen? Probeer daarna 40 plus 50.
Tientallen eraf
Tientallen wegleggen
Leg 8 groepjes van 10 blokjes klaar, dat is 80. Haal 3 groepjes weg. Hoeveel blijft er over? Doe het nog een keer anders.
Plus tot 100
Meetlint sprong
Rol een meetlint uit tot 38 cm. Meet 7 cm erbij met je vinger. Hoeveel cm is dat? Controleer op het meetlint.
Plus tot 100
Blokjes tot honderd
Maak een rij van 47 blokjes. Leg er 6 bij en reken uit hoeveel het zijn. Tel na of je goed hebt gerekend.
Min tot 100
Sokken weghalen
Tel alle sokken in de wasmand, of begin bij 62. Haal er steeds 7 af en zeg de nieuwe som hardop. Schrijf de sommen die over het tiental gaan op.
Min tot 100
Traptreden tellen omlaag
Bedenk het getal 84. Loop door je huis en trek bij elke kamer 8 af. Zeg elke uitkomst hardop tot je onder de 20 bent.
Wat is een keersom?
Lepels in groepjes
Leg 4 groepjes van 5 lepels op tafel. Tel eerst per 5 en schrijf dan de keersom op die erbij hoort.
Wat is een keersom?
Handen en vingers
Vraag hoeveel vingers 6 handen samen hebben. Teken 6 handen op papier en tel per 5. Schrijf de keersom erbij.
Tafels van 2, 5 en 10
Stoeptegels van twee
Spring op tegels bij je huis en tel per 2 tot 20. Spring terug en tel per 5. Zeg bij elke sprong de tafelsom hardop.
Tafels van 2, 5 en 10
Schoenen tellen
Zoek alle schoenparen in huis. Tel per 2 hoeveel schoenen het zijn. Schrijf de keersom op, bijvoorbeeld 9 x 2 = 18.
Tafels van 3 en 4
Blokjes in drieën
Maak torentjes van 3 blokjes. Maak er zoveel je kunt en tel per 3. Schrijf bij elk torentje de keersom op.
Tafels van 3 en 4
Stoelpoten tellen
Tel de stoelen in je huis. Elke stoel heeft 4 poten. Reken uit hoeveel poten er samen zijn en schrijf de keersom op.
Omdraaien mag
Draai de rij om
Leg 3 rijen van 6 blokjes. Tel ze. Draai je papier of de rijen een kwartslag: nu zijn het 6 rijen van 3. Klopt de uitkomst nog?
Omdraaien mag
Twee kanten kijken
Maak met sokken 2 rijen van 7. Schrijf 2 x 7 op. Ga aan de andere kant staan en schrijf 7 x 2. Vergelijk de uitkomsten.
Tafels van 6, 7, 8 en 9
Eierdoos rekenen
Zoek een doos of bak met vakjes. Tel de rijen en de vakjes per rij. Maak er een keersom van en reken uit hoeveel vakjes het zijn.
Tafels van 6, 7, 8 en 9
Zes sprongen buiten
Spring in de tuin en tel per 6 tot 60. Doe het daarna per 8 tot 80. Zeg elke keersom hardop terwijl je springt.
Wat is een breuk?
Boterham in vieren
Pak een boterham of een snee brood. Snijd of scheur hem netjes in 4 gelijke stukken. Eet 1 stuk op en zeg welk deel je op hebt: 1/4. Welk deel ligt er nog?
Wat is een breuk?
Vouw je papier
Vouw een blad papier twee keer dubbel en open het weer. Hoeveel gelijke vakjes zie je? Kleur er één en schrijf de breuk erbij.
Een deel van een groep
Sokken sorteren
Leg 12 sokken op de vloer. Verdeel ze in 4 gelijke groepjes. Hoeveel sokken zijn 1/4 van 12? En hoeveel is 3/4?
Een deel van een groep
Halve doos blokjes
Pak 20 blokjes of knopen. Leg de helft apart: hoeveel is 1/2 van 20? Leg daarna 1/5 apart en tel opnieuw.
Breuken die hetzelfde zijn
Lepels en bekers
Zet 8 lepels op tafel. Leg 1/2 van de lepels apart, tel ze. Leg nu 4/8 apart. Zie je dat het evenveel is? Schrijf beide breuken op.
Breuken die hetzelfde zijn
Twee keer vouwen
Vouw een blad in 2 gelijke delen en kleur er 1. Vouw een ander blad in 4 delen en kleur er 2. Leg ze naast elkaar: welke breuken zijn hetzelfde?
Staafdiagram lezen
Staafdiagram met blokjes
Tel in huis je schoenen, sokken en jassen. Maak van blokjes drie torens, één per soort. Welke toren is het hoogst en hoeveel hoger is die?
Staafdiagram lezen
Auto's tellen bij het raam
Kijk 5 minuten uit het raam of vanaf je tuin. Tel rode, witte en andere auto's met streepjes. Maak van je streepjes staafjes en lees af wat het meest voorkomt.
Rekenen met geld en komma
Winkeltje in huis
Zoek 4 dingen in huis en schrijf er een prijs bij met een komma, zoals 2,50. Reken uit wat twee spullen samen kosten. Hoeveel krijg je terug van 10 euro?
Rekenen met geld en komma
Muntjes stapelen
Zoek muntjes in een spaarpot of portemonnee. Maak stapeltjes van 1 euro. Schrijf op hoeveel euro je hebt, met een komma erin.
De weg beschrijven
Route naar de keuken
Loop van je slaapkamer naar de keuken en tel je stappen. Schrijf de route op met links, rechts en rechtdoor. Loop hem daarna precies na volgens je briefje.
De weg beschrijven
Stoeptegel route
Maak in de tuin of op de stoep bij je huis een route langs 5 punten. Schrijf per stuk op hoeveel stappen en welke kant je op gaat. Loop hem terug in omgekeerde volgorde.
Lengte: mm, cm, m, km
Meet je speelgoed
Kies vijf voorwerpen in huis. Meet elk met een meetlint in centimeter. Schrijf op en zet ze op volgorde van kort naar lang.
Lengte: mm, cm, m, km
Stoeptegels tot een meter
Meet in de tuin of bij je huis hoe lang één stoeptegel is in cm. Reken uit hoeveel tegels je nodig hebt voor 5 meter.
Liter en milliliter
Bekers vullen
Pak een maatbeker en drie verschillende bekers. Vul ze met water en lees af hoeveel milliliter er in past. Welke beker houdt het meeste?
Liter en milliliter
Liter met lepels
Zoek een pak of fles en lees op hoeveel liter erin gaat. Reken om naar milliliter. Bedenk hoeveel glazen van 200 ml je daarmee kunt vullen.
Gram en kilogram
Gewichten in de keuken
Zoek vijf pakken in de keuken. Lees op elk pak het gewicht in gram of kilogram. Zet ze op volgorde van licht naar zwaar.
Gram en kilogram
Duizend gram sokken
Weeg een sok op de weegschaal. Reken uit hoeveel van die sokken samen 1 kilogram zijn. Leg ze daarna op een stapel.
Hoe lang duurt het?
Klok en klusje
Kijk op de klok en schrijf de tijd op. Ruim daarna je kamer op. Kijk weer op de klok en reken uit hoeveel minuten het duurde.
Hoe lang duurt het?
Tien keer hooghouden
Houd een bal tien keer hoog en klok hoe lang je bezig bent. Doe het nog een keer. Reken uit hoeveel seconden verschil er is.
Omtrek
Omtrek van de tafel
Meet met een meetlint alle vier de zijden van de tafel. Tel de lengtes bij elkaar op. Dat is de omtrek in centimeter.
Omtrek
Rondje om de deurmat
Meet de lengte en de breedte van je deurmat. Reken de omtrek uit. Doe daarna hetzelfde met een boek en vergelijk.
Oppervlakte met hokjes
Tegels tellen
Zoek een vloer met vierkante tegels bij je huis. Tel hoeveel tegels er in de rij en in de kolom liggen. Reken uit hoeveel tegels het samen zijn.
Oppervlakte met hokjes
Blokjes op een boek
Leg blokjes van dezelfde maat netjes naast elkaar op een boek tot het vol is. Tel de rijen en de blokjes per rij. Hoeveel blokjes passen erop?
Hoe groot is dat ongeveer?
Schat en meet thuis
Kies drie dingen in huis, zoals een kast, een tafel en een stoel. Schat eerst hoe hoog ze zijn. Denk aan de deur van 2 meter. Meet daarna met een meetlint en kijk hoe dicht je zat.
Hoe groot is dat ongeveer?
Hoe zwaar is dat?
Pak vijf spullen uit de keukenkast. Een appel weegt ongeveer 150 gram. Schat per ding of het lichter of zwaarder is dan een appel. Til ze om de beurt op en zet ze op volgorde.
Deelsommen 2, 3, 4, 5 en 10
Sokken eerlijk delen
Pak 20 sokken of blokjes uit de kast. Verdeel ze eerlijk over 2, dan 4, dan 5 stapels. Schrijf elke keer de deelsom op, bijvoorbeeld 20 : 4 = 5.
Deelsommen 2, 3, 4, 5 en 10
Tegels in groepjes
Tel 30 stappen op de stoep bij je huis. Loop ze daarna in groepjes van 3, dan van 5, dan van 10. Hoeveel groepjes maak je elke keer? Zeg de deelsom hardop.
Deelsommen 6, 7, 8 en 9
Lepels in rijen
Leg 48 blokjes of lepels op tafel. Maak er rijen van 6, daarna rijen van 8. Hoeveel rijen krijg je? Schrijf 48 : 6 en 48 : 8 op.
Deelsommen 6, 7, 8 en 9
Balletjes tellen en delen
Stuiter een bal 63 keer en tel mee. Verdeel dat aantal daarna in groepjes van 7 en van 9 op papier. Klopt het dat er niets overblijft?
Keer en delen door elkaar
Omkeersom met blokjes
Maak met blokjes een rechthoek van 4 rijen van 6. Hoeveel blokjes zijn het? Schrijf nu twee keersommen en twee deelsommen die daarbij horen.
Keer en delen door elkaar
Vorken en borden
Zet 5 borden neer en leg bij elk bord 3 lepels. Tel het totaal. Maak de keersom en haal de lepels daarna weer eerlijk weg als deelsom.
Getallen tot 1000
Jacht op honderdtallen
Zoek thuis vijf getallen tussen 100 en 1000, bijvoorbeeld op pakken of boeken. Schrijf ze op en zet ze van klein naar groot. Zeg bij elk getal de honderdtallen, tientallen en eenheden.
Getallen tot 1000
Tel naar duizend
Ga in de tuin of gang staan. Tel hardop van 250 met sprongen van 10 verder tot je bij 400 bent. Stap bij elk getal een stap opzij. Hoeveel sprongen deed je?
Plus tot 1000
Boodschappen optellen
Zoek drie pakken of blikken met een getal in gram. Tel de getallen rijgend bij elkaar op, eerst de honderdtallen, dan de tientallen. Schrijf je som op.
Plus tot 1000
Stappen bij elkaar
Tel je stappen van de deur naar de kraan, en daarna naar je bed. Doe dat drie keer met verschillende rondjes. Tel alle aantallen bij elkaar op tot boven de 100.
Min tot 1000
Stappen terugtellen
Tel hardop 500 stappen? Nee, begin bij 620 en loop 8 rondjes door de kamer. Trek na elk rondje 40 af en zeg het nieuwe getal hardop.
Min tot 1000
Sokken van duizend
Leg een stapel sokken neer. Begin bij 812 en haal steeds een sok weg: trek eerst 100 af, dan 10, dan 1. Schrijf elke uitkomst op.
Optellen in kolommen
Lepels en blokjes tellen
Verzin twee getallen met honderdtallen, tientallen en enen, bijvoorbeeld 234 en 152. Leg zoveel lepels, sokken en blokjes klaar en tel per soort op.
Optellen in kolommen
Stoeptegels optellen
Tel de stoeptegels bij je huis en verzin er een groot getal bij, zoals 348. Tel de twee getallen op door eerst honderdtallen, dan tientallen, dan enen op te tellen.
Aftrekken in kolommen
Tuin min tuin
Kies twee getallen onder 1000, bijvoorbeeld 476 en 231. Schrijf ze onder elkaar in de tuin met krijt of op papier. Trek per positie af en check je antwoord.
Aftrekken in kolommen
Klokminuten aftrekken
Kijk hoe laat het is. Reken uit hoeveel minuten er nog in de dag zitten: begin bij 1440 en trek er af per positie. Schrijf je uitkomst op.
Aftrekken over een nul
Nul in de weg
Schrijf 305 min 148 op. Los het op door bij de nul een tientje te lenen. Doe daarna nog twee sommen met een nul erin, zoals 400 min 267.
Aftrekken over een nul
Blokjestoren met nul
Bouw een toren van 10 blokjes. Reken uit: 200 min 74. Haal steeds een blokje weg terwijl je hardop uitlegt hoe je over de nul heen gaat.
Delen met rest
Sokken eerlijk verdelen
Verzamel een stapel sokken en tel ze. Verdeel ze in groepjes van 4. Hoeveel groepjes krijg je en hoeveel sokken blijven over?
Delen met rest
Stoeptegels in rijen
Tel de stoeptegels op een pad bij je huis. Verdeel dat aantal in rijen van 3 en dan in rijen van 5. Noteer elke keer de rest.
Grote deelsommen
Stappen door twaalf
Loop 144 stappen door de tuin of de gang en tel mee. Reken daarna uit hoeveel groepjes van 12 dat zijn. Controleer met een tweede rondje.
Afronden
Stappen tot de deur
Loop van je voordeur naar een boom of lamp en tel je stappen. Rond het aantal af op tientallen. Doe dit voor drie plekken en schrijf de afgeronde aantallen op.
Afronden
Sokken en lepels tellen
Tel hoeveel sokken, lepels en knopen je in huis vindt. Rond elk aantal af op het naaste tiental. Welk getal veranderde het meest?
Uit je hoofd, schatten of schrijven?
Slim of schatten?
Bedenk in de tuin drie vragen: hoeveel tegels, hoeveel bladeren, hoeveel ramen. Kies per vraag: uit je hoofd, schatten of opschrijven. Reken het uit en zeg waarom je die manier koos.
Uit je hoofd, schatten of schrijven?
Boodschappen in je hoofd
Pak drie dingen uit de keuken en kijk naar de gewichten. Tel ze eerst schattend op, daarna precies op papier. Vergelijk je twee antwoorden.
Wat is procent?
Honderd stappen procent
Zet honderd stapjes in de tuin of gang en tel ze. Stop na 25 stappen: dat is 25 procent. Zeg bij 50 en 75 stappen welk procent je hebt gelopen.
Wat is procent?
Honderd blokjes verdelen
Leg 100 blokjes, knopen of steentjes neer. Leg er 10 apart: dat is 10 procent. Maak ook groepjes van 25 en 50 procent en zeg hoeveel dat is.
Een aanpak kiezen
Twee manieren proberen
Tel de tegels op je stoep of tuinpad. Doe het eerst één voor één en daarna met rijen keer rijen. Welke manier was slimmer en waarom?
Een aanpak kiezen
Sokkenpuzzel oplossen
Pak een stapel sokken en zoek uit hoeveel paren het zijn. Kies zelf een aanpak: sorteren op kleur, twee aan twee leggen of tellen en delen door 2.
Een tekening of schema maken
Plattegrond van je kamer
Teken je kamer van bovenaf op papier. Zet alleen het bed, de deur en de tafel erin. Meet met stappen hoe breed de kamer is en schrijf dat getal erbij.
Een tekening of schema maken
Schema van je route
Teken met blokjes en pijlen je weg van de deur naar de keuken. Laat weg wat niet telt. Zet bij elke pijl hoeveel stappen je nodig hebt.
Stap voor stap volgen
Stap voor stap bouwen
Bouw een toren volgens deze stappen: leg 3 blokjes, dan 2, dan 1. Herhaal dat drie keer. Tel hoeveel blokjes je gebruikt en kijk of de toren blijft staan.
Stap voor stap volgen
Balstuiten volgens plan
Stuit een bal 5 keer, loop 5 stappen, stuit weer 5 keer. Doe dit drie rondes. Tel hoeveel keer je in totaal stuitte en of je je plan precies volgde.
Grafieken lezen
Sokken in een staafgrafiek
Sorteer de sokken thuis op kleur. Leg per kleur een rij naast elkaar op de vloer: dat is je staafgrafiek. Welke staaf is het hoogst en hoeveel schelen de twee hoogste?
Grafieken lezen
Straatgrafiek van tegels
Tel bij je huis 5 minuten wat er langskomt: mensen, fietsen, honden. Leg per soort een steentje of blokje op een stoeptegel. Lees af welke soort won.
Welke breuk is groter?
Boterham in stukken
Snijd of scheur een boterham in 4 gelijke stukken en een tweede in 3. Leg 1/4 naast 1/3. Welke is groter? Zeg het hardop met je eigen woorden.
Welke breuk is groter?
Glaasjes water vergelijken
Vul één glas half vol en een ander glas voor drie kwart. Zet ze naast elkaar en vergelijk. Zet nu drie glazen op volgorde van kleinste naar grootste breuk.
Gemiddelde
Gemiddelde sprong
Spring 5 keer zo ver als je kan in de tuin en meet elke sprong met een meetlint. Tel de 5 lengtes op en deel door 5. Dat is je gemiddelde sprong.
Gemiddelde
Lepels vol blokjes
Schep 4 keer een handvol blokjes of knopen en tel elke keer hoeveel het zijn. Tel alle aantallen op en deel door 4. Hoeveel pak je gemiddeld?
Patronen voorspellen
Tegelpatroon voorspellen
Leg blokjes in rijen: 2, 4, 6, 8. Zeg je regel hardop. Voorspel dan zonder te leggen hoeveel blokjes rij 10 heeft en check het daarna.
Patronen voorspellen
Trap van bekers
Bouw een trap van bekers: 1, dan 3, dan 5 in een rij. Wat is de regel? Voorspel de 8e rij en tel hoeveel bekers je dan in totaal nodig hebt.
Gelijke noemers maken
Zelfde stukjes maken
Scheur een blad in 2 gelijke delen en een ander blad in 4. Vouw het halve blad nog een keer. Nu heb je overal vierde delen. Schrijf op: 1/2 = ../4.
Gelijke noemers maken
Sokken gelijknamig
Leg 6 sokken in 2 groepjes van 3, dus 1/2 is 3 sokken. Maak nu 6 groepjes. Hoeveel zesden zijn 1/2? En hoeveel zesden is 1/3?
Breuken plus
Twee kwart plus
Snijd een appel of boterham in 4 stukken. Leg 1/4 en nog 1/4 bij elkaar. Hoeveel is dat samen? Doe dit ook met 1/4 plus 2/4.
Breuken plus
Bekers vullen samen
Vul een beker met een half glas water en giet er nog een kwart glas bij. Reken uit hoeveel glas er nu in zit. Schrijf de som op papier.
Wat zie je vanaf hier?
Kijken door de deur
Ga in de deuropening staan en tel hoeveel voorwerpen je in de kamer ziet. Doe drie stappen opzij en tel opnieuw. Welke dingen vallen weg achter de muur?
Wat zie je vanaf hier?
Wat verstopt de stoel
Zet een stoel voor een kast. Ga hurken en kijk: wat zie je niet meer? Ga staan en kijk weer. Vertel hardop waarom je vanaf hoger meer ziet.
Breuken min
Sokken minder maken
Leg 8 sokken op een rij. Dat is 1 geheel. Haal er 3 weg: je nam 3/8 weg. Reken uit welk deel er nog ligt en schrijf de som op.
Breuken min
Halve beker weg
Vul een beker voor 3/4 met water uit de kraan. Giet 1/4 in een tweede beker. Hoeveel blijft er over? Schrijf de aftreksom op.
Breuken kleiner maken
Blokjes eerlijk groeperen
Leg 12 blokjes neer en pak er 6. Dat is 6/12. Maak groepjes van 2 en kijk: welke kortere breuk hoort erbij? Doe het ook met 8 van de 12.
Breuken kleiner maken
Tegels vereenvoudigen
Tel 10 stoeptegels bij je huis. Stap op 5 tegels. Dat is 5/10. Schrijf de eenvoudigste breuk op. Doe het daarna met 4 van de 10.
Hele getallen en breuken
Lepels vol water
Vul een kopje met lepels water en tel mee. Stop als het kopje half vol is na een hele lepel. Schrijf op hoeveel lepels: bijvoorbeeld 5 en een halve.
Hele getallen en breuken
Stappen en halve stappen
Loop van de deur naar de tafel met grote stappen. Tel de hele stappen en de laatste halve stap. Schrijf je antwoord als gemengd getal op.
Breuk of kommagetal
Halve meter zoeken
Meet met een meetlint drie dingen in huis. Schrijf elke lengte in meters als kommagetal, bijvoorbeeld 0,5 m. Zet er de breuk bij: 1/2.
Breuk of kommagetal
Tien blokjes tellen
Leg 10 blokjes op een rij. Pak er 3: dat is 3/10 en ook 0,3. Doe dit met 5 en met 7 blokjes en schrijf steeds allebei op.
Kommagetallen plus en min
Prijzen in de kast
Zoek drie pakken in de keukenkast met een gewicht of prijs met een komma. Tel er twee bij elkaar op. Trek daarna het kleinste van het grootste af.
Kommagetallen plus en min
Meten en optellen
Meet twee voorwerpen in centimeters en schrijf ze in meters met een komma. Tel de twee lengtes op. Hoeveel verschil zit ertussen?
Delen wordt een breuk
Koekjes eerlijk delen
Pak 3 koekjes of boterhammen en verdeel ze eerlijk over 4 borden. Teken wat elk bord krijgt. Schrijf op: 3 : 4 = 3/4.
Delen wordt een breuk
Sokken in stapels
Leg 5 sokken en verdeel ze over 2 stapels, ook halve mag je bedenken. Schrijf de deelsom als breuk op. Doe het daarna met 7 sokken en 4 stapels.
Oppervlakte uitrekenen
Tafelblad meten
Meet met een meetlint de lengte en breedte van de tafel in centimeters. Reken de oppervlakte uit: lengte keer breedte. Zoek daarna een kleinere rechthoek en doe hetzelfde.
Inhoud
Doos vol blokjes
Zoek een lege doos. Meet lengte, breedte en hoogte in centimeters. Reken de inhoud uit door de drie getallen te vermenigvuldigen.
Inhoud
Bekers water tellen
Vul een pan met bekers water uit de kraan. Tel hoeveel bekers erin passen. Als een beker 250 ml is, reken uit hoeveel milliliter de pan houdt.
Wat is schaal?
Kamer op schaal
Meet je kamer in stappen of met een meetlint. Teken hem op papier waarbij 1 meter 1 centimeter wordt. Schrijf de schaal erbij.
Wat is schaal?
Klein huis, echte maat
Teken je bed 10 keer kleiner dan het echt is. Meet eerst het bed, deel de maten door 10 en teken. Schrijf erboven: schaal 1 op 10.
Getallen tot 100.000
Getallen uit huis
Zoek in huis vijf grote getallen, bijvoorbeeld op verpakkingen of een bonnetje. Zet ze op volgorde van klein naar groot. Zeg bij het grootste hoeveel duizendtallen erin zitten.
Getallen tot 100.000
Stappen tot tienduizend
Loop in de tuin of gang en tel je stappen in 2 minuten. Reken uit hoeveel stappen dat in 100 keer zo lang zou zijn. Schrijf dat grote getal in cijfers.
Optellen onder elkaar
Stoeptegels optellen
Bedenk drie getallen van vier cijfers met de nummers van huizen of dozen die je ziet. Tel ze onder elkaar op met onthouden. Controleer je som nog een keer.
Optellen onder elkaar
Spullen tellen en optellen
Tel in drie kamers hoeveel dingen er staan, en maak van elk aantal een getal met drie cijfers erachter. Tel de drie getallen onder elkaar op.
Aftrekken onder elkaar
Stappen tellen en aftrekken
Loop 100 stappen door de tuin of gang en tel ze. Loop daarna 47 stappen terug. Schrijf de aftreksom onder elkaar op en reken uit hoeveel stappen je nog vooruit bent.
Aftrekken onder elkaar
Sokken in de kast
Zoek thuis drie voorwerpen met een aantal erop, zoals bladzijden in een boek. Kies de grootste en de kleinste. Schrijf de som onder elkaar en trek af met lenen.
Lenen over een nul
Duizend min tegels
Tel de stoeptegels bij je huis. Schrijf 1000 op en trek jouw aantal tegels eraf, onder elkaar. Let goed op het lenen over de nullen.
Lenen over een nul
Kloknullen
Kijk op de klok en schrijf de tijd als getal, bijvoorbeeld 1400. Trek daar 250 van af, onder elkaar. Doe dit ook nog een keer met 300 minder.
Keersommen onder elkaar
Tegels keer tegels
Meet met stappen hoe lang en hoe breed je tuin of stoepstuk is. Schrijf beide getallen op. Reken lengte keer breedte uit, onder elkaar.
Keersommen onder elkaar
Blokjes in dozen
Zet 12 blokjes of lepels op een rij. Bedenk dat je 24 zulke rijen hebt. Reken 24 keer 12 uit onder elkaar en schrijf je antwoord op.
Delen met happen
Happen uit de sokkenberg
Pak alle sokken die je kunt vinden en tel ze. Haal er steeds 2 vanaf en zet een streepje. Hoeveel happen van 2 kon je nemen?
Delen met happen
Blokjes eerlijk verdelen
Tel een grote stapel blokjes of knopen. Haal er steeds 5 af en leg die apart. Tel hoeveel groepjes van 5 je hebt en wat er overblijft.
Kun je het delen?
Deelbaar in de keuken
Tel drie dingen thuis, bijvoorbeeld vorken, boeken en tegels. Kijk bij elk getal of het deelbaar is door 2, 5 en 10. Schrijf je antwoorden op.
Kun je het delen?
Sprongen door negen
Tel het aantal traptreden of stoeptegels bij je huis. Tel de cijfers van dat getal bij elkaar op. Is de uitkomst deelbaar door 3 of 9? Schrijf op wat je vindt.
Langer, zwaarder, meer?
Sokken op volgorde
Zoek vijf sokken in huis. Leg ze op de grond van kort naar lang. Voel daarna welke sok het zwaarst is en leg die apart.
Langer, zwaarder, meer?
Welke beker past meer?
Pak drie bekers uit de kast. Vul er één met water en giet over in de andere. Welke beker kan het meeste hebben? Zet ze op volgorde.
De kalender
Jouw maand tellen
Kijk op een kalender in huis. Tel hoeveel dagen deze maand heeft. Tel daarna hoeveel zaterdagen erin zitten.
De kalender
Seizoenenwandeling in de tuin
Ga in de tuin of bij de deur kijken. Noem welk seizoen het is en welke maanden daarbij horen. Tel hoeveel maanden het nog duurt tot je verjaardag.
Tientallen eraf
Tientallen wegleggen
Leg 80 blokjes of lepels in rijtjes van tien. Haal er telkens één rijtje weg en zeg hardop hoeveel er nog liggen.
Tientallen eraf
Stoeptegels terugstappen
Begin bij 90 en loop stoeptegels bij je huis. Bij elke tegel tel je tien terug: 90, 80, 70. Hoe ver kom je tot nul?
Grote deelsommen
Knopen eerlijk verdelen
Verzamel 96 kleine dingen, zoals blokjes of pasta. Verdeel ze eerlijk over 4 stapels. Hoeveel liggen er in elke stapel? Tel na om te checken.
Grote deelsommen
Tegels in groepjes
Tel 72 stappen op straat bij je huis. Verdeel die stappen in groepjes van 6. Hoeveel groepjes zijn dat? Reken het uit en loop het na.
Oppervlakte uitrekenen
Meet je tafelblad
Meet met een meetlint de lengte en breedte van de tafel in centimeters. Vermenigvuldig ze met elkaar. Zo weet je de oppervlakte.
Oppervlakte uitrekenen
Oppervlakte van drie deuren
Meet van drie rechthoeken in huis de lengte en breedte, bijvoorbeeld een deur, een mat en een boek. Reken elke oppervlakte uit. Welke is het grootst?
Plus en min
Tafels en keersommen
Vier Deelsommen, Eén Antwoord
Splits beide getallen en breng de stukken samen.
De Fout in de Uitwerking
De opgave is al gemaakt; jij zoekt de verkeerde regel.
Delen
De Zeef van de Sorteermachine
Laat alleen getallen door die deelbaar zijn door vier.